Johnny Appleseed een gepersonaliseerd boek met jouw kind als held
Een kind helpt de rondtrekkende boomkweker appelbomen te planten, te verzorgen en te delen.
Wandel door het vroege Amerikaanse platteland met de vriendelijke Johnny Appleseed en een kleine helper. Samen verzamelen ze pitten bij een appelpers, volgen ze een kaart van plaatjes, planten en begieten ze rijen, herstellen ze een hek en geven ze een jonge boom aan een buurvrouw. Een zacht verhaal over geduld, zorg en delen, dat eindigt in een boomgaard waar iedereen appels deelt.
Ook bekend als John Chapman.
Bekijk een kant-en-klaar boek
Noud en de appelzaadjes
Een voorbeeldboek. Het kind erin, Noud, is door AI gemaakt – geen echt kind. Je eigen boek blijft privé en wordt nooit gepubliceerd.
Getekend (Beeldstijl) · Laag (Sterkte van de illustratie) · Lichtende tekening (Illustratiestijl)
Kleurenpalet: warm apple red, moss green, oatmeal cream, russet brown, soft sky blue, golden afternoon light
Voorbeeldpagina's
Voorbeeldillustraties van dit sprookje. Jouw boek wordt getekend met je eigen kind als held, in de kleuren van dit verhaal.



Johnny Appleseed: het hele verhaal
De appelpers aan de rand van het dorp kraakte en kreunde terwijl hij een hoop appels uitperste tot gouden sap. Ernaast zat een lange man met een baard en een eenvoudige bruine hoed, die kleine donkere pitten uit de overgebleven perspulp plukte. Hij heette Johnny, en iedereen langs de weg kende hem als de man die appelbomen kweekte.
Een klein kind was komen helpen. 'Waarom bewaar je de pitten?' vroeg het kind, terwijl het een natte, glanzende pit omhooghield.
'Omdat elke pit een belofte is,' zei Johnny glimlachend. 'Leg hem in goede grond, geef hem tijd, en op een dag kan er een boom van worden.' Het kind liet de pit in een stoffen zakje vallen, en nog een, en nog een, terwijl er vlakbij een mand rode appels stond.
Toen het zakje vol was, knoopte Johnny het dicht, hing het aan zijn riem en pakte zijn kleine reisbundel. Het kind stopte de laatste pitten in een zak, en de twee gingen op weg over een stil bospad.
Halverwege ging Johnny op een bemoste boomstam zitten. Hij had geen geschreven kaart, want hij droeg er een in plaatjes bij zich: een tekening van een bocht in de beek, een grote rots en een hut met een sliertje rook. 'Hier gaan we planten,' zei hij, terwijl hij op de hut tikte. Het kind bestudeerde de kleine tekeningen en kon al snel zelf de beek, de rots en de weg vooruit aanwijzen.
Tegen de middag bereikten ze een gezinshut met een open stuk grond ernaast. Johnny maakte de aarde los en trok met zijn vingers ondiepe rijen. Het kind knielde, drukte in elke rij een pit en dekte hem zachtjes toe, als een deken over een slapende baby.
'Niet te diep,' zei Johnny. 'Net genoeg om hem lekker warm te houden.' Rij na rij vulde het stuk grond zich met verborgen pitten, en de handen van het kind werden bruin van de aarde.
Daarna kwam het begieten. Johnny gaf het kind een kleine houten gieter, en het kind droeg die heen en weer van de beek en besprenkelde elke rij tot de grond donker en vochtig was. Toen bouwden Johnny en het gezin een eenvoudig houten hek rond het stuk grond. 'Hongerige herten zouden de jonge scheuten opknabbelen,' legde hij uit. 'Het hek is ook een soort belofte.'
Daarna wachtten ze. Wachten was moeilijk, en het kind vroeg zich soms af of er onder de grond wel iets gebeurde. 'Eerst de wortels,' zei Johnny. 'Het beste werk gebeurt vaak in stilte.'
Op een heldere lentedag kwamen ze terug, en het kind rende vooruit naar het hek. Daar stonden in nette groene rijen de zaailingen, elk met een paar tere blaadjes. Er waren geen appels, want het waren nog maar baby's, maar het kind telde ze toch en kwam op meer dan veertig. 'Ze zijn gegroeid!' fluisterde het.
'Dat zijn ze,' zei Johnny. 'Met een beetje hulp en heel veel geduld.'
Een buurgezin had de kwekerij al een tijdje belangstellend gevolgd. Johnny tilde voorzichtig een van de sterkere boompjes op en wikkelde de wortels in een vochtige doek. Het kind hielp het rechtop te houden terwijl ze het naar de hut van de buren droegen en het overhandigden.
'Plant hem waar hij zon krijgt,' zei Johnny tegen hen, 'en geef hem water als het droog is. En zet er een hek omheen zolang hij klein is.' De buurvrouw bedankte hem hartelijk en beloofde goed voor de boom te zorgen.
Op de terugweg ruiste een zacht briesje door de bladeren en maakte een lat los van het lage hek rond enkele groeiende boompjes. Er was niets beschadigd, maar Johnny schudde vriendelijk zijn hoofd. 'Een hek helpt alleen als het blijft staan,' zei hij. Het kind hield de lat op zijn plaats terwijl Johnny hem stevig vastbond, en al snel waren de boompjes weer veilig.
In de herfst bracht Johnny het kind naar een boomgaard aan de andere kant van de heuvel, lang geleden geplant door andere zorgzame handen. De oude bomen bogen door onder rode en gouden appels, en er verzamelden zich al buren. Iemand liet een mand rondgaan, en het kind beet in een knapperige appel die smaakte naar zon en regen.
Ver weg over de velden, zo klein dat het kind zijn ogen moest samenknijpen, lag de kleine omheinde kwekerij groen in de verte. Die jonge bomen hadden nog jaren nodig voor ze vrucht droegen.
'Op een dag,' zei het kind, 'zijn er daar ook boomgaarden als deze.'
'En iemand zal de appels delen,' zei Johnny. Het kind glimlachte, met een pit in de ene hand en een zoete appel in de andere, en begreep dat goede dingen langzaam groeien als veel mensen helpen.
Rollen voor je familie
Voeg deze mensen toe aan het boek, dan spelen ze deze rollen met hun eigen gezicht. Iedereen die je verder toevoegt, doet mee als zichzelf, naast de held.
- De buurvrouw — past bij: Moeder, Vader, Tante, Oom, Oma, Opa, Vriend of vriendin
Digitaal boek, 8 pagina's: US$ 4,49 · of vanaf US$ 2,88 met een creditpakket
🔒 Veilig betalen via Stripe · geen abonnement