De Tandenfee een gepersonaliseerd boek met jouw kind als held
Eén wiebeltand, één lantaarn, één kasteel in de wolken
De allereerste wiebeltand van onze held wiebelt de hele dag, tot hij er eindelijk vanzelf uit floept. Die nacht fladdert een piepkleine, lieve tandenfee door het raam naar binnen en neemt onze held, piepklein gemaakt, mee naar haar stralende tandenkasteel in de wolken.
Kleurenpalet: moonlit lavender, pearl white and starlight gold
Voorbeeldpagina's
Voorbeeldillustraties van dit sprookje. Jouw boek wordt getekend met je eigen kind als held, in de kleuren van dit verhaal.



Voorbeeldboeken
De Tandenfee: het hele verhaal
Op een ochtend zat Lotte aan het ontbijt met een boterham met hagelslag, toen ze iets geks voelde. Een van haar tandjes, vooraan onderin, bewoog.
Ze duwde er voorzichtig met het puntje van haar tong tegen. Hij wiebelde! Heen en weer, heen en weer, als een deurtje in de wind.
“Papa!” zei Lotte met grote ogen. “Ik heb een wiebeltand!”
Papa boog zich over de tafel en glimlachte. “Je allereerste wiebeltand,” zei hij. “Dat betekent dat je groot wordt. Binnenkort valt hij er vanzelf uit, en dan komt er een nieuwe voor in de plaats.”
Lotte giechelde en duwde er nog eens tegen. Wiebel, wiebel. Het kriebelde een beetje.
De hele ochtend bleef het tandje geen moment stil. Toen Lotte in de speeltuin op de schommel ging, hoger en hoger, bijna tot aan de blaadjes van de boom, wiebelde het tandje met haar mee. Toen ze van de glijbaan gleed, wiebelde het. Toen ze lachte met haar vriendje Bram, wiebelde het nog steeds. En Lotte bleef maar glimlachen, want het was een heel bijzonder geheimpje om in je mond te hebben.
's Middags gaf oma haar een rode appel, glanzend en knapperig. Lotte nam een grote, grote hap. Krak! En het tandje wiebelde zo hard dat Lotte met open mond bleef zitten.
“Het duurt niet lang meer,” zei oma.
En inderdaad, even later, toen Lotte gekke bekken trok voor de spiegel, floepte het tandje er vanzelf uit. Tik, in de palm van haar hand. Het deed helemaal geen pijn, geen klein beetje zelfs.
Lotte bekeek het lang. Het was piepklein en wit als een parel. Toen keek ze in de spiegel en zag een nieuw gaatje in haar lach. Ze lachte hardop, en door het gaatje floot de lucht.
“Vanavond leggen we hem onder je kussen,” zei papa. “Voor de Tandenfee.”
Die avond deed Lotte het tandje in een klein stoffen zakje, lichtblauw, met een koordje erom. Daarna schreef ze met haar allermooiste letters een briefje: “Lieve Tandenfee, dit is mijn eerste tand. Zorg je er goed voor? Liefs, Lotte.” Ze vouwde het briefje dubbel en legde het onder haar kussen, naast het zakje. Toen kroop ze onder de dekens, deed haar ogen dicht en viel in slaap, terwijl de maan door het raam naar binnen keek.
Midden in de nacht werd ze wakker van iets. Een lichtje. Klein en goudkleurig, dat bij het raam heen en weer danste.
Lotte ging rechtop zitten. Op de vensterbank stond een piepkleine fee, niet groter dan een pink, met vleugeltjes die glinsterden als zeepbellen en een minuscuul lantaarntje in haar hand.
“Goedenavond, Lotte,” zei de fee met een zachte stem. “Ik heb je briefje gelezen. Wat een prachtig tandje. Wil je zien waar ik het naartoe breng?”
Lotte knikte zo hard dat haar haren in de war raakten.
De fee schudde met haar lantaarntje, en er dwarrelde glinsterstof uit, als gouden sneeuw. En Lotte begon te krimpen. Ze werd zo klein als een pop, en nog kleiner, en haar pyjama met de maantjes kromp met haar mee, tot ze niet groter was dan een duim, net als de fee.
“Kom maar!” zei de fee, en pakte haar hand.
Naast elkaar vlogen ze het raam uit, over de tuin, over de daken van de slapende stad, over de kerktoren en de stille straten waar zelfs de katten lagen te slapen. Omhoog, steeds hoger, tot ze bij de wolken kwamen, zacht en wit als slagroom.
En daar, op de allerhoogste wolk, stond een kasteel. De muren waren gemaakt van glanzende witte tandjes, op elkaar gestapeld als stenen van parelmoer, en de torens fonkelden in het maanlicht. Bij de poort stond een vriendelijk muisje met een wit schortje, dat met zijn pootje zwaaide.
“Welkom in het tandenkasteel!” piepte het muisje.
Binnen was het kasteel vol drukke feetjes. Sommigen poetsten tandjes met kleine zijden doekjes, en hoe meer ze poetsten, hoe meer de tandjes gingen stralen, tot ze kleine sterretjes werden en de lucht in vlogen. Andere feetjes zaten op een heel lange ladder en poetsten de maan, zodat hij mooi helder zou schijnen voor alle slapende kinderen.
“Help je mee?” vroeg een feetje, en ze gaf Lotte een doekje. Lotte wreef over een tandje, heel voorzichtig, en het begon te stralen, steeds feller, tot het als een vonkje wegschoot en zich daarboven tussen de andere sterren nestelde. Lotte lachte van plezier.
Toen nam de fee haar mee naar een muur van het kasteel. Tussen alle witte tandjes zat één leeg plekje, piepklein.
“Dit plekje wachtte precies op jouw tand,” zei de fee.
Lotte haalde haar tandje tevoorschijn en zette het in de muur. Het paste precies. En meteen begon het te glanzen, samen met alle andere.
Maar ver weg, aan de rand van de lucht, begon het al een beetje roze te worden.
“Het is tijd om naar huis te gaan,” zei de fee.
Ze vlogen weer naar beneden, door de wolken, over de daken, door het raam naar binnen. Lotte landde op haar kussen, en terwijl het glinsterstof vervaagde, groeide ze weer, groter en groter, tot ze gewoon weer Lotte was, in haar eigen bed, in haar pyjama met de maantjes. Ze kroop diep onder het dekbed en deed haar ogen dicht.
's Ochtends scheen de zon door het raam. Lotte tilde haar kussen op. Het lichtblauwe zakje was weg. In plaats daarvan lag er een glanzende munt en een piepklein briefje vol glitters: “Dank je wel, Lotte. Jouw tandje straalt nu in mijn kasteel.”
Lotte rende naar de badkamer en keek in de spiegel. En daar, in het gaatje, piepte al het witte puntje van een nieuw tandje.
Ze pakte haar tandenborstel en poetste het heel zorgvuldig, op en neer, op en neer, met de trotste glimlach van de hele wereld.
Rollen voor je familie
Voeg deze mensen toe aan het boek, dan spelen ze deze rollen met hun eigen gezicht. Iedereen die je verder toevoegt, doet mee als zichzelf, naast de held.
- The Tooth Fairy — past bij: Tante, Oma, Moeder, Broer of zus, Neef of nicht, Vriend of vriendin
- The Mouse Helper — past bij: Huisdier
- The Parent at Breakfast — past bij: Moeder, Vader, Oma, Opa